Door: Patrick van der Meer
Het Weserbergland is een prachtige regio met sprookjesachtige kastelen, historische vakwerkstadjes en wandel- en fietsroutes langs de rivier de Wezer die dwars door het heuvelachtige landschap stroomt.
Het Weserbergland ligt langs de oevers van de rivier de Wezer, in het Zuiden van Nedersaksen, met een beetje Hessen en Noordrijn-Westfalen. Tijdens meerdere reizen ontdekten wij hoe veelzijdig deze regio eigenlijk is.
Zo kent het gebied veel leuke plaatsen en stadjes langs de rivier. En daar omheen heuvels (en kleine bergen) met bossen en mooie uitzichten over het rivierenlandschap.
Laat ons je meenemen langs de leukste plaatsen en bezienswaardigheden van Hannoversch Münden tot aan Porta Westfalica, hemelsbreed zo'n 160 kilometer.
Oriëntatie: Noord-Duitsland
Deelstaat: Nedersaksen
Highlight: Weserrenaissance
Afstand tot Utrecht: 300km
Bereikbaar: goed met auto en OV
Aanbevolen verblijfsduur: 1-2 weken
Inhoud:
In het uiterste zuiden van Nedersaksen komen de rivieren Fulda en Werra samen, en vormen ze de rivier Wezer (of Weser in het Duits).
Dit gebeurt in het stadje Hannoversch Münden, ook wel kortweg Münden of Hann Münden genoemd. Dit stadje werd al in de 18e eeuw één van de 7 mooist gelegen steden van de wereld genoemd.
Dat is misschien ietsjes overdreven, maar mooi is het stadje wel. Met het Welfenschloss, restanten van de Middeleeuwse stadsmuur, een prachtig Rathaus en mooi vakwerk.
Bovendien maak je hier kennis met de historische figuur Dokter Eisenbart.
Waar de Wezer begint, begint ook de Weserradweg. Want zoals de meeste rivieren in Duitsland, heeft ook de Wezer een mooi fietspad langs bijna de hele route.
De Weserradweg is bovendien één van de populairste fietsroutes in Duitsland. Hier vind je vrijwel alles wat fietsen zo leuk maakt: een mooie route, heuvels en bossen, gezellige kleine stadjes en volop cultuur onderweg.
Het eerste deel van de Weserradweg vormt de grens tussen Nedersaksen en Hessen, en je fietst ook een stukje door die laatste deelstaat. Aan de kant van Nedersaksen liggen de natuurparken Münden en Solling Vogler.
Je komt op dit stuk langs kleine plaatsjes zoals Hemeln (niet te verwarren met het grotere Hameln), Oedelsheim in gemeente Wesertal (in Hessen) en Wahmbeck in gemeente Bodenfelde. Ieder met een leuk pontje over de rivier en gezellige terrasjes.
Vkabij Bad Karlshafen kan je omhoog klimmen naar de Weser Skywalk voor een prachtig uitzicht over de rivier en het Weserbergland.
Daarna volgen de wat grotere stadjes en bezienswaardigheden:
In Fürstenberg vind je op een rots hoog boven de Wezer het slot met dezelfde naam. In de 14e eeuw opgezet ter verdediging van de grens van vorstendom Braunschweig, verloor het in de 16e eeuw zijn militaire functie.
Nadat het eerst was omgebouwd tot jachtslot, besloot hertog Karl I van Braunschweig-Wolfenbüttel in de 18e eeuw hier een poseleinfabriek te laten bouwen.
De porseleinfabriek bestaat nog steeds (na Meissen de tweede van Duitsland) maar naar naastliggende gebouwen verplaatst. In het slot zelf is nu een porselein museum gevestigd.
In het museum leer je hoe men ontdekte hoe porselein moest worden gemaakt, waar het uit bestaat, en welke technieken er zijn om het te beschilderen. Daarnaast een grote collectie van verschillende soorten porselein, inclusief tijdelijke tentoonstellingen van bijzondere collecties.
Maar het leukste vonden we de workshop. Hier zie je iemand aan het werk die ook uitlegt wat hij doet. Het vloeibare mengsel wordt in een mal gegoten. Na 12 minuten wordt het er uitgehaald en nog even verder gedroogd.
Daarna wordt handmatig het overtollige porselein weggehaald. En tenslotte kan het beschilderd en/of bedrukt worden.
En dan mogen we zelf aan de slag. We kiezen een bord of beker en mogen die beschilderen. We maken er heuse kunstwerken van ;-) . Het porselein moet daarna 3 keer gebakken worden in de ovens, dus het eindproduct wordt naar ons opgestuurd. We zijn benieuwd...
Verder stroomafwaarts langs de Wezer komen we bij een stadje dat bekend is van een andere bijzondere industrie. In Holzminden werd in 1874 voor het eerst een stof ontwikkeld met de geur van vanille: Vanilline.
Omdat vanille alleen in een tropisch klimaat gekweekt kon worden, en dus heel duur was, bood deze uitvinding veel welvaart. Ook was dit het begin van de aroma- en parfumindustrie, waarin een fabriek in Holzminden nog steeds een grote rol speelt.
Bij het museum Sensoria leer je alles over geur en smaak. En nog leuker: je kan ook vele geuren ruiken. En ervaren dat ook je andere zintuigen mede de smaak bepalen.
Uiteindelijk kan je ook je eigen ideale parfum samenstellen. Helemaal leuk, al valt het nog niet mee om te bepalen wat je zelf nou eigenlijk het lekkerst vindt...
Holzminden zelf is trouwens een leuk stadje. In het centrum vind je onder andere het leuke marktplein, diverse mooie vakwerkhuizen en een oude stadspoort (niet Middeleeuws, maar toch). Aan de Wezer kan je een heerlijke wandeling maken en genieten op een leuk terrasje.
Het Weserbergland is ook een land van verhalen en sprookjes. Diverse stadje liggen dan ook op de Sprookjesroute door Duitsland.
Maar pas op: niet ieder sprookjesfiguur is fictief. Zo heeft Baron von Münchhausen daadwerkelijk bestaan! En hij was een belangrijk historisch persoon.
In zijn geboorteplaats Bodenwerder leren we in het Münchhausen-museum alles over de Baron. Historica Dr. Claudia Erler leidt het museum en doet uitgebreid onderzoek naar de Baron. Bovendien kan zij eindeloos vertellen over zijn belevenissen.
Hieronymus Carl Friedrich Freiherr von Münchhausen diende in de 18e eeuw aan het hof van de tsaren in Rusland. Als kapitein van de cavalerie deed hij mee aan de Russisch-Turkse oorlogen, al heeft hij zelf nooit gevochten.
Wel kon hij goed vertellen. Tijdens informele bijeenkomsten dikte hij de gebeurtenissen flink aan, met fantasierijke anekdotes over hoe hij telkens uit de problemen kwam. Buiten zijn medeweten werden zijn verhalen opgeschreven en met de nieuwe boekdrukkunst verspreid. Het leverde hem weinig op, behalve de titel Leugen-baron.
In het Duitsland van de 20e eeuw werden de verhalen van de Baron door de nazi's aangegrepen voor propaganda. Wat na de oorlog weer leidde tot afkeer van velen voor de "nazi-Baron".
Het Münchhausen-museum speelt een belangrijke rol in het herstel van de reputatie van Baron von Münchhausen. Bovendien kan je hier zowel naar de bijzondere verhalen luisteren, als leren van de werkelijke historische belevenissen.
In het stadje Bodenwerder zelf kom je de Baron ook overal tegen. Op veel plekken zijn beelden en fonteinen van hem te vinden. Bovendien is het een heerlijk stadje, met een gezellig plein, veel vakwerk en een gezellige boulevard aan de Wezer.
Een stad die nog veel meer bekend is van een sprookje is natuurlijk Hamelen, of Hameln op zijn Duits. Dit is de stad van de bekende Rattenvanger.
Wanneer we een korte stop maken in de stad gaan we dan ook direct op zoek naar deze sprookjesfiguur. En we vinden hem bij de Rattenfängerbrunnen in de Osterstrasse.
Het Rattenfängerhaus even verderop dankt zijn naam aan een inscriptie die refereert aan de legende uit het jaar 1284. Interessant, al is het vooral een heel mooi huis in de stijl van de Weserrenaissance van vele eeuwen later.
Op zondagen in de zomer wordt om 12 uur het verhaal nagespeeld voor de kerk Am Markt, gratis toegankelijk. En op woensdagen wordt om 16.30 uur de Ratten musical gespeeld, ook gratis!
Meer informatie over de rattenvanger vind je in het Museum Hamelen ook in de Osterstrasse. Een klein maar leuk museum, met ook historische informatie over de stad zelf.
Maar de rattenvanger is niet de enige reden voor een bezoek aan Hamelen. Er zijn vele oude huizen te bewonderen, zowel in vakwerkstijl als Weserrenaissance.
Langs de binnenstad vind je nog wat resten van de Middeleeuwse stadsmuur, plus twee torens. En de straten in de binnenstad zijn ook Middeleeuws: kinderkopjes. Met daartussen stenen met ratjes, die je de weg wijzen voor een route langs de highlights.
Tijd voor ontspanning? Wandel dan naar de Wezer, en steek de Rattenbrücke over naar het Weserinsel. Hier vind je een park, leuke speeltuin voor de kids, biergarten en restaurant. Alles net even wat rustiger dan in de binnenstad.
De ondergrond van de heuvels en bergen in het Weserbergland bestaat voor een groot deel uit zandsteen. Een materiaal dat zowel in het verleden als in het heden belangrijk is voor de economie in deze streek.
Vooral het zandsteen uit de Bückeberg bij Obernkirchen was van hoge kwaliteit. Al in de late Middeleeuwen werd begonnen met de winning ervan in steengroeves.
Bij de winning van het zandsteen werden ook fossielen gevonden, en sporen van Dinosauriërs. Deze sporen zijn nog altijd zichtbaar en kan je bezoeken
Ook nu nog zijn er steengroeves in het Weserbergland. Daar wordt nu vooral materiaal gewonnen voor asfalt. In de steengroeve bij Langenfeld werden hierbij grotten ontdekt, de Schillat Höhle, die je kan bezoeken.
In deze grotten vind je uiteraard stalagmieten en stalactieten. Maar ook veel fossielen, kristallen en fluorescerende stenen. De rondleiding is ook heel leuk voor kinderen, die uitgebreide aandacht krijgen.
Een deel van de grotten zijn niet te bezoeken en er wordt nog gezocht naar meer. In het bezoekerscentrum kan je een VR-tour door deze grotten maken, aanrader!
Het zandsteen uit Obernkirchen werd al snel geëxporteerd via de Wezer. Rinteln was de dichtstbijzijnde haven, en van daaruit werd het verscheept richting Bremen en verder. Kastelen en paleizen in heel Europa konden zo met deze stenen gebouwd worden.
Het moge duidelijk zijn dat Rinteln van deze handel profiteerde. De stad had al eerder het stapelrecht verkregen en zich ontwikkeld als handelsstad.
Door een doordacht stadsontwerp met brede hoofdstraten en ruimte tussen de huizen is de stad nooit afgebrand. Daardoor zijn er nog veel mooie oude vakwerkhuizen te zien, vooral aan het Marktplein.
Aan dat plein vind je ook, naast elkaar, het oude en nieuwe Rathaus. Beiden zijn gebouwd met het zandsteen van Obernkirchen in de stijl van de Weserrenaissance, met mooi gedecoreerde trapgevels.
Ooit stond de St. Nicolai kirche op het zelfde, grote plein. Maar in de 16e eeuw is er een gebouw tussen geplaatst die het plein èn de voormalige hoofdstraat Enge Strasse in tweeën deelt.
De hoge kerktoren is nog wel het herkenningspunt van Rinteln. Helaas stond hij bij ons bezoek in de steigers voor een renovatie.
Rinteln behoorde tot het Graafschap Schaumburg. Toen dit gravengeslacht in 1640 uitstierf werd het gebied verdeeld, waarbij Rinteln en omgeving toekwam aan de graven van Hessen. Vanwege de afstand tot dat graafschap werd een vesting rond de stad gebouwd, met bastions in Hollandse stijl.
Helaas zijn de vestingwerken in de Napoleonse tijd afgebroken. Alleen aan de kant van de Wezer is er nog een deel van de Middeleeuwse stadsmuur intact.
Het kasteel Schaumburg bestaat nog wel. Het ligt op zo'n 12 kilometer van Rinteln, in een prachtige beboste omgeving. Het is voor een kleine vrijwillige bijdrage te bezoeken.
Vooral het poortgebouw is prachtig. Ook kan je de kleine voormalige gevangenis in en de hoge Georgenturm beklimmen voor het uitzicht richting Rinteln en de Wezer.
Het zandsteen uit Obernkirchen werd over heel Europa gebruikt, maar in eerste instantie natuurlijk in de eigen regio, het Weserbergland.
Het vormde de basis voor wat we de Weserrenaissance noemen. Een stijl die kenmerken uit de Italiaanse renaissance combineert met de Nederlandse en Noord-Europese stijl. Dit betekent vooral rijk gedecoreerde trapgevels.
In Rinteln zagen we al het oude en nieuwe Rathaus in deze stijl. En zo hebben meer stadjes dergelijke ambtsgebouwen. Maar vooral mooi zijn de kastelen van de Weserrenaissance.
Een prachtig exemplaar vind je in Bevern. De voorkant van Schloss Bevern is uitgevoerd in wit en, je zou bijna zeggen Delfts blauw. Opvallend zijn de twee hoofden bij de poort en het lijnenpatroon.
Toch is onze favoriet het Schloss Hämelschenburg. Dit kasteel werd gebouwd door Jürgen Klencke en Anna von Holle in 1588. En nog altijd is het eigendom van de familie von Klencke.
Dat zal dan wel een rijke, en sjieke adellijke familie zijn, zou je zeggen. Maar niets is minder waar. Eigenaar Henry von Klencke en zijn vrouw Charlotte zijn heerlijk gewoon gebleven, wars van adellijke titels en poeha.
Wij hadden het geluk om te worden rondgeleid door Henry en Charlotte. Dat doen ze regelmatig zelf, al zijn er ook andere gidsen.
Ook andere familieleden worden ingezet om het bedrijf draaiende te houden. Dat gaat van de horeca tot het onderhoud van de gebouwen.
Henry, Charlotte en hun 3 kinderen wonen ook zelf in het kasteel, al krijgen we die ruimtes natuurlijk niet te zien. Wel zien we de (voormalige) ontvangstruimtes, eetzaal, woonruimtes met sierlijke open haarden, schilderijen en wapenschilden.
Ook het bed van Anna von Holle staat nog in haar slaapkamer. Nadat zij 13 kinderen had gekregen stierf haar man en bleef zij als weduwe achter. Een sterke vrouw, zoals alle vrouwen in het geslacht von Klencke, aldus Henry.
Het meest Noord-Westelijke stadje in het Weserbergland is Bückeburg. Dit stadje is ontstaan rond de Middeleeuwse burcht met dezelfde naam, die eigendom was van het Graafschap Schaumburg.
Bij de eerder genoemde opdeling van dat graafschap kwam Bückeburg bij het deel dat geërfd werd door Filips van Lippe: het nieuwe graafschap Schaumburg-Lippe.
Bückeburg werd de residentie van het graafschap, en kreeg stadsrechten. Beiden zorgden voor rijkdom en dus de nodige pracht en praal.
Het aanvankelijk militaire kasteel werd diverse keren verbouwd. Eerst in de stijl van de Weserrenaissance, later tot een barok paleis.
In 1807, na het uiteenvallen van het Heilige Roomse Rijk, werd Schaumburg-Lippe een vorstendom, en in 1918 een vrijstaat. Maar de vorsten hadden geen politieke macht en hielden zich vooral bezig met kunst en literatuur.
Bij een bezoek aan het kasteel (met een rondleiding) kan je een deel van die kunst bewonderen. Vooral de slotkapel is een ongekende verzameling goudkleurige beelden en versierselen. Maar ook in onder andere de feestzaal en tapijtenzaal is veel te zien, zoals de stoelen van de huwbare dames.
Na een rondleiding kan je genieten van het Schlosspark en de bijgebouwen. Maar ook in het stadje zelf is nog genoeg te zien, zoals het Rathaus in de Weserrenaissance, de gotische stadskerk, en het paleis van Prinses Hermine in Neorenaissance, nu van een onderwijsinstelling.
Waar het Weserbergland stopt, stroomt de Wezer gewoon verder. Bij Port Westfalica stroomt hij langs de laatste heuvels naar de Noord-Duitse laagvlakte, op weg naar Bremen en de Noordzee bij Bremerhaven.
Wil je eens overnachten in een echt kasteel in de stijl van de Weserrenaissance? Dat kan, waarbij je bovendien volledig in de watten wordt gelegd!
Schlosshotel Münchhausen lijkt erg op Schloss Hämelschenburg die we hierboven beschreven. Alleen zijn hier de muren gestucd. Ook zijn er natuurlijk aanpassingen gemaakt voor het hotel, maar grotendeels met behoud van het uiterlijk.
Het hotel heeft een heerlijke wellness, een prachtig groot schlosspark en oplaadpunten voor de elektrische auto. Bij het bijbehorende restaurant kan je luxe uit eten. En nog luxer kan bij het tweede restaurant, dat in de Michelin-gids is opgenomen. Het ontbijt is natuurlijk ook heerlijk (en) uitgebreid.
Wij waren zeer onder de indruk van de uitstekende service in dit hotel. Natuurlijk is het wat duurder dan eenvoudige hotels, maar voor ongeveer 2x die kosten is dit een belevenis die je toch eens moet meemaken!
In de Altstadt van Rinteln heeft dit bijzondere hotel 62 kamers in een verzameling vakwerkhuizen, de meeste aaneengesloten. Er is weinig veranderd aan de structuur van de gebouwen, maar toch hebben de kamers een moderne uitstraling.
De kamers zijn ruim en van alle gemakken voorzien. Toch is het meest bijzondere aan het hotel het restaurant Fachwerk (opgenomen in de Michelin-gids). Hier ervaar je fine dining in een aangenaam vriendelijke en authentieke sfeer.
De service van het restaurant is ook doorgevoerd in het hotel. Dat maakt dit hotel een uitstekende keuze in het Weserbergland.
Dit grote hotel ligt in Holzminden, ongeveer in het midden van het Weserbergland.
Het hotel ligt aan de Weser, naast de brug en tegenover het museum Sensoria. De binnenstad is op loopafstand, terrasjes naast de deur en aan de achterkant kijk je op een rustgevende groene omgeving.
Het hotel is modern en de kamers ook. Ze zijn ruim, met ook een grote badkamer. Parkeren is gratis en het ontbijt uitstekend.
Het Weserbergland ligt op zo'n 300 kilometer van van Utrecht, afhankelijk van welke plek je bezoekt. Je rijdt er eenvoudig via de A1 en de Duitse A30 via Osnabrück naartoe.
De stadjes in het Weserbergland zijn niet al te groot. Parkeerplaatsen zijn overal voorhanden, en als je ervoor moet betalen zijn de kosten beperkt. Laadstations zijn inmiddels ook op veel plekken beschikbaar.
Per trein reis je ook via Osnabrück, dat een ICE verbinding heeft met Nederland, en met lokale trein of bus verder naar de plek van je bestemming. Rondreizen in het Weserbergland met het OV is wat lastiger, maar kan natuurlijk wel.
Het Weserbergland is heerlijk in het voor- en najaar. Maar ook in hoogzomer is het goed toeven, bij een hittegolf kan je de bossen in of verkoeling langs de Wezer of in musea zoeken. En ook in de winter zijn de stadjes leuk om te bezoeken.
In het Weserbergland kun je je gerust één of twee weken vermaken. Veel meer zelfs, als je zoveel mogelijk wilt zien.
Op deze pagina heb ik nog lang niet alle plaatsen in het Weserbergland genoemd, er is dus nog veel meer te ontdekken.
Enkele van die plaatsen in de buurt bevinden zich ook op leuke autoroutes door Duitsland:
Wij waren op bezoek in het Weserbergland op uitnodiging van Vakantieland Nedersaksen en Weserbergland Tourismus.