Het Noordelijke deel van de Duitse vakwerkroute voert je langs de mooiste stadjes van Nedersaksen, langs de Elbe en door de Harz.
Nedersaksen is een veelzijdige deelstaat, en dat geldt ook voor dit Noordelijke deel van de Vakwerkroute.
De route komt langs een kuuroord, de oude handelsroute langs het Weserbergerland, de bergen van de Harz, de oude zoutroute en het Wendland langs de Elbe.
De vakwerkhuizen zijn eigenlijk de enige gemeenschappelijke deler van alle stadjes die de route aandoet. De wat grotere steden ken je misschien al, maar er zitten ook kleine pareltjes bij die je zullen verrassen.
Het meest noordelijke deel van de vakwerkstrasse is een route van 1083 km en kun je vanuit Nederland het beste beginnen in Bad Essen.
Dit kleurrijke vakwerkstadje ligt op ongeveer 3 uur rijden vanaf Utrecht, en is dus goed aan te rijden. Het is beroemd vanwege de geneeskrachtige zoutwaterbronnen.
Je kunt hier in de omgeving wat leuke kleine kastelen vinden zoals kasteel Wittlage, Schloss Ippenburg en de 500 jaar oude St. Nicolaikirche.
Landal heeft in dit gebied een mooi vakantiepark: Landal Dwergtersand. Met alle faciliteiten die je van Landal mag verwachten.
Via de vakwerkstadjes Stadthagen, Alfeld en Bockenemvolg je een oude handelsroute tussen het Weserbergland en de Harz. Hierbij kom je ook in Einbeck. Dit is de vakwerkstad van Bier, Blauwdruk en Oldtimers.
Bijna alle vakwerkhuizen waren vroeger klein brouwerijen. Dat is te zien aan de grote poorten, waar de grote bierketels door moesten kunnen.
Bij PS Speicher kan je de grootste verzameling Oldtimers in Europa vinden! Bijzonder is het raadshuis met zijn 3 unieke torens en je kan nog een deel van de oude stadsmuur bezichtigen.
Je vervolgt de handelsroute via Northeim naar Duderstadt. Nog een Middeleeuwse stad, met stadspoort met bijzondere, gedraaide toren. Wij maakten hier een rondleiding met de Middeleeuwse beul!
Via Osterode am Harz kom je in het Zuid-Oostelijke deel van deze deelstrasse, in de Harz. Hier bezochten wij de hoogtepunten Wernigerode, Goslar en Quedlindburg.
In Wernigerode bezoek je het kleurrijke raadhuis met 2 torentjes. En natuurlijk ook het kasteel Wernigerode, dat boven de stad uittorent. Voor wat extra romantiek kun je er per koets naartoe.
Maar ook Goslar, een eeuwenoude mijnstad, met authentiek centrum is zeker het bezoeken waard.
Ook het oude centrum van Quedlinburg is UNESCO werelderfgoed. De plattegrond van deze stad is door de eeuwen heen nauwelijks gewijzigd en geeft daarom een mooi beeld van het ontstaan van de stad.
Daarnaast bieden de vele vakwerkhuisjes een mooi decor voor een ontspannende stadswandeling.
In de Noordelijke Harz komt de route langs Halberstadt, Osterwieck, Hornburg en Königslutter. Onbekende stadjes, die wij ook nog eens moeten ontdekken.
Een stad die we wel bezocht hebben is Celle, waar Sabine van de kerstmarkt genoten heeft. En van een prachtige stadswandeling.
Celle is een stad met een mooi kasteel en meer dan 500 prachtige vakwerkhuizen waarvan vele gerestaureerd zijn. Het is ook een gezellige stad met winkeltjes en vele restaurants en terrassen.
Vanuit Celle rij je nog een keer de grens met Saksen-Anhalt over, om uit te komen in Salzwedel. Deze kleine Hanzestad lag op de zoutroute, vanaf de zoutmijn in Luneburg naar Maagdenburg en verder oostwaarts.
Salzwedel heeft nog veel bezienswaardigheden uit die bloeitijd. De oude kerken St, Maria, St. Catharina en St. Laurentius bijvoorbeeld, maar ook de Middeleeuwse stadspoorten Neuperver Tor en Steintor. Voor het oude Rathaus moet je wat meer tijd uittrekken.
Met zijn vele vakwerkhuizen in de verschillende gezellige straatjes is Salzwedel een stad waar je gerust een paar dagen kan verblijven. En geniet dan ook van de traditionele Baumkuchen, het gebak waar de stad bekend om is.
Vanuit Salzwedel rij je naar het Noorden, het Wendland in, ten Zuiden van de rivier Elbe.
Lüchow is hier het eerste vakwerkstadje dat je aandoet. Van het kasteel dat hier ooit stond is alleen een toren over. Deze kan je in de zomer bezoeken voor het museum, en beklimmen voor het uitzicht.
Het leuke stadje heeft veel vakwerkhuizen uit dezelfde periode, van na de stadsbrand van 1811. Het Marktplein met Ratskeller en de Glockenturm zijn de highlights. En fans moeten hier natuurlijk naar het Rolling Stones museum in een rood vakwerkhuis.
Dichter bij de Elbe ligt Dannenberg. Ook hier een kasteel waar alleen een toren van over is, en wat nu een museum is. Maar dit stadje heeft minder indrukwekkende highlights.
Volgende stop is Hitzacker, wat op een eiland in de Elbe ligt. Hier struin je weer heerlijk door de straatjes met vakwerkhuizen en een mooi kerkje. Bij de toeristeninformatie kom je het hoofd van onze eigen Prins Claus tegen, die hier geboren is.
Een leuk klein museum vind je in het oude Tolhuis, het oudste vakwerkhuis uit 1589.
Bleckede is een fijn vakwerkstadje waarvandaan je prachtige wandel- en fietstochten kan maken langs de Elbe. Heel leuk is het fietsen over het oude spoor van Alt Garge naar Bleckede.
De laatste stop is Nienburg, een pittoreske stad van zo n 1000 jaar oud. Een leuke manier om de bezienswaardigheden van de stad te ontdekken is door de "Nienburg Bear Trail" te volgen. Dit is een wandeling van 3,3 km door de oude stad.