Door: Patrick van der Meer
Wismar vormde samen met Lübeck en Rostock het eerste Hanze-verbond. Dat was het begin van een roemruchte geschiedenis, die de stad tot aan vandaag vele gezichten gaf.
Wismar ligt aan het Zuidelijkste puntje van de Oostzee. Het is na Lübeck de eerste Hanze-stad langs die Oostzeekust. Minder bekend dan Rostock en Stralsund, maar waarom is mij een raadsel.
Want Wismar is een heerlijke stad. De huizen in bijna alle straatjes in de Altstadt hebben mooi opgeknapte gevels, op zijn Hollands. Meestal in pasteltinten, maar ook afgewisseld met rode baksteen.
Die baksteengotiek is typisch voor de Hanzesteden in het Noorden van Duitsland. Maar Wismar heeft ook andere, unieke kenmerken, zoals de Zweedse hoofden en de Waterkunst. Maar laten we beginnen bij het begin...
Oriëntatie: Noord-Duitsland
Deelstaat: Mecklenburg-Voorpommeren
Afstand tot Utrecht: 560km
Bereikbaar: goed met auto, minder met OV
Parkeren/laden: gratis rond Altstadt
Aanbevolen verblijfsduur: >2 dagen
Inhoud en bezienswaardigheden:
De regio rond de huidige stad Wismar werd al vroeg bewoond. Logisch, omdat het aan het Zuidelijkste punt van de Oostzee ligt, wat nu de Wismar Bucht genoemd wordt.
Tot de 12e eeuw was er slechts sprake van kleine nederzettingen van Slavische stammen. Maar dat veranderde toen keizer Otto IV in 1211 toestemming gaf aan de burgers van Schwerin voor de stationering van 2 grote schepen in de Wismar Bucht.
Vanaf dat moment ontstonden er meerdere nederzettingen rond de haven, gesticht door verschillende stromen nieuwe inwoners uit de wijde omtrek. De nederzettingen groeiden samen tot een stad, die rond 1226 van de heersers van Mecklenburg stadsrechten kreeg.
De oude haven van Wismar is in de loop der tijd weinig veranderd.
De industrie met bijbehorende zeehaven ligt iets noordelijker. En naar het westen kunnen (niet te grote) cruiseschepen aanmeren. Maar de kade van de oude haven is nog altijd kleinschalig te noemen.
Er is plek voor rondvaartboten, een traditionele kogge en enkele andere kleine schepen. Het is er, zeker in de zomer, gezellig met winkeltjes en eettentjes. En een havenfestival in Juni.
Al die nieuwe inwoners kwamen natuurlijk naar Wismar om handel te drijven via de haven. Maar die handel trok ook piraten aan, een toenemend probleem op de Oostzee.
In 1259 kwamen daarom vertegenwoordigers van de belangrijkste havensteden Lübeck en Rostock in Wismar bijeen. Zij sloten een verdrag om de piraten te bestrijden, het begin van de Hanze.
Het Hanze-verbond breidde zich snel uit met steden aan de Oostzee, en in Noord-Duitsland. Er werden handelsafspraken gemaakt met steden in het buitenland.
Het bracht voorspoed in de Hanzesteden, en dus ook in Wismar. Ze zijn er nog steeds trots op, wat te zien is aan de officiële naam Hansestadt Wismar en het stadswapen met Koggeschip dat op iedere putdeksel staat.
Behalve tegen piraten moest de stad zich natuurlijk ook verdedigen tegen aanvallen uit het binnenland. Al in de 13e eeuw werd daarom een stadsmuur opgetrokken, inclusief wachttorens en stadspoorten.
Helaas is het grootste deel hiervan in 1869 afgebroken. Alleen de Wassertor bij de haven is blijven staan. Dit is dan ook wel een pareltje van baksteengotiek.
Net buiten die poort staat het oude tolhuis in dezelfde stijl. Maar dat is neogotiek, pas gebouwd in de 19e eeuw.
Als je het over baksteengotiek hebt, moeten we het vooral ook over de kerken van Wismar hebben. Die vormden ooit de centra van de nederzettingen die Wismar vormden.
De St. Nikolaikirche was waarschijnlijk de eerste kerk in Wismar waar zeevaarders terechtkonden. Al rond 1220 heeft hier, vlakbij de haven, waarschijnlijk een eerste versie van de kerk gestaan. Rond 1370 werd deze te klein bevonden, en werd begonnen met de bouw van de huidige kerk.
Door de indrukwekkende hoogte en grootte van de kerk vallen de details nauwelijks op. Maar als je wat verder kijkt zie je de details die horen bij de baksteengotiek.
In het interieur zijn verschillende stijlen te vinden van onder andere altaren, preekstoelen en drieluiken. Barok voert hier de boventoon.
In de kerk staan ook modellen van andere bekende kerken in Noord-Duitsland die je op de route van de baksteengotiek tegenkomt.
De Nikolaikerk is de enige van de drie grote kerken in Wismar die niet verwoest is in de Tweede Wereldoorlog. Toch moet je ook zeker een kijkje nemen bij...
Een stukje verder van de haven ontstond een nederzetting voor handelaren, rond een eerste Mariakerk. Die was al snel te klein waardoor al in 1260 begonnen werd met de bouw van de grote gotische kerk die hier eeuwenlang gestaan heeft.
De Mariakerk heeft vele stormen doorstaan. Hij is telkens uitgebreid en herbouwd wanneer er iets sneuvelde. Met als resultaat dat er in 1940 een enorme hallenkerk stond, met een toren van meer dan 80 meter hoog.
Die toren is nog steeds van verre te zien. Maar helaas is de rest van de kerk in de oorlog zwaar beschadigd. En nog erger: in 1960 besloot de DDR regering de kerk niet meer op te bouwen, maar af te breken.
Tegenwoordig zijn op de grond naast de toren de contouren van de kerk en pilaren met kleine muurtjes weer zichtbaar gemaakt.
Informatieborden vertellen over de geschiedenis van de kerk, omringd door oude grafstenen en kunstwerken. Samen vormen ze een indrukwekkend stukje Wismar.
De derde grote kerk in baksteengotiek is de Georgenkirche. Ook deze is voor een groot deel verwoest in de Tweede Wereldoorlog. Daarna is hij verwaarloosd, maar na de val van de DDR in 1989 is toch begonnen met de reconstructie.
Die reconstructie is nog in volle gang, maar je kan de kerk wel van binnen en buiten bewonderen. Van binnen is de hoge kerk heel indrukwekkend, juist omdat het (nog) geen inrichting heeft. De nog bewaard gebleven inrichting staat deels in de Nikolaikirche.
Bij de Georgenkirche kan je met de lift naar het uitkijkplatform voor een uitzicht over Wismar. Helaas kan je daarbij niet de toren van de Marienkirche zien, omdat het uitzichtplatform niet het hoogste deel van de kerk is...
Tussen de Marienkirche en de Georgenkirche ligt, een beetje verscholen, de Fürstenhof. Hier hadden verschillende hertogen van Mecklenburg hun tweede residentie, naast het kasteel van Schwerin.
Het Fürstenhof bestaat uit twee delen. Het oude hof, aan de kant van de Georgenkirche, is gebouwd in 1513 voor het huwelijk van hertog Hendrik V met Helene von der Palts. Het is gebouwd in laatgotische stijl, waar weinig meer van te zien is.
Interessanter is het Nieuwe Hof, dat er haaks op staat. Dit deel is gebouwd in Italiaanse renaissancestijl voor het huwelijk van hertog Johann Albrecht I met Anna Sophie van Pruisen.
Het valt in eerste instantie niet zo op, maar het groene gebouw heeft rijk versierde vensters. En let ook op de kleine portretten en vecht-scenes tussen de verdiepingen.
Door een al even rijk gedecoreerd portaal wandel je naar het binnenplein. Hier zie je in de hoek van de gebouwen hoe de gevel er vroeger uit gezien moet hebben, in een heel andere kleurstelling.
De welvarendheid van Wismar is af te zien aan de mooie oude huizen in de Altstadt. Vooral de handelaren (koopmannen) hadden genoeg geld om prachtige huizen te laten neerzetten.
Eén van die koopmannen was Hinrich Schabbell, die ook bierbrouwer was en later burgemeester van Wismar. Hij liet in 1569 door de Nederlandse bouwmeester Philipp Brandin een huis met trapgevels in vroege renaissancestijl bouwen.
Dit huis fungeert nu als Stadshistorisch museum van Wismar. Hier vind je alles over de geschiedenis van Wismar, maar ook van hoe de familie Schabbell in dit huis woonde.
In het museum is heel veel te zien, maar de indeling is nogal rommelig omdat de stadsgeschiedenis is vermengd met die van het huis. Bovendien is het verhaal achter de tentoongestelde items niet altijd gemakkelijk te achterhalen. Toch is het museum een must als je in Wismar bent.
Een alternatief is het Wel-Erbe Haus in de Lübsche strasse, met een museum over het UNESCO werelderfgoed in Wismar en Stralsund.
In de 16e eeuw had de groeiende stad Wismar steeds meer behoefte aan schoon drinkwater. De aanvankelijk aangelegde kleine bronnen voldeden niet meer en er werd een nieuw, houten waterleiding systeem gebouwd om water uit bronnen in Metelsdorf naar de stad te leiden.
Op het marktplein diende een waterbassin te komen van waaruit het water naar 220 huizen en 16 openbare tappunten kon worden geleid. Voor de bouw hiervan wederom de Nederlandse bouwmeester Philip Brandin ingeschakeld.
Maar door problemen met het materiaal duurde het tot na zijn dood voordat het bouwwerk klaar was. Het is uiteindelijk door de Lübeckse meester Heinrich Dammert in 1602 afgemaakt.
Een controversieel detail aan de Wasserkunst zijn de bronzen beelden Nix en Nixe, die oorspronkelijk in het bouwwerk stonden.
Omdat mensen ze niet gepast vonden, werden ze verwijderd en in het museum ondergebracht. Tegenwoordig staan er replica's van de beelden aan de Noordkant van het monument.
Zoals overal in Duitsland (en elders) had de Dertigjarige oorlog grote invloed op Wismar. In de tweede fase van deze oorlog kwamen de Zweden de eerder door de katholieken veroverde gronden in Noord-Duitsland terug in protestantse handen nemen, zo ook Wismar.
Bij de Vrede van Osnabrück in 1648 werd Wismar toegewezen aan Zweden. En zij begonnen direct met het uitbreiden van de verdedigingswerken rond de stad. Wismar werd één van de sterkste vestigingen in Europa.
Toch wisten de Denen in de Grote Noordse oorlog begin 18e eeuw de stad te veroveren, door de waterleidingen vanuit Metelsdorf bij een belegering af te sluiten.
Toen Zweden bij de vrede van Saint-Germain de stad weer terugkreeg, besloot men één van de verdedigingstorens om te bouwen tot watertoren. Terwijl alle andere vestigingswerken in Wismar in de 19e eeuw zijn afgebroken, staat deze "Letzte Turm" nog altijd in Lindengarten in het Noorden van Wismar.
De Zweden bleven in Wismar, tot ze het in 1803 verpachtten aan Mecklenburg voor 100 jaar. Pas na die periode werd de stad officieel Duits.
Op verschillende plekken in Wismar vind je zogenaamde Schwedenköpfe. Dit zijn opvallende hoofden, die op de dukdalfen stonden bij de ingang voor de haven in Wismar.
Het is onduidelijk of deze hoofden daar al stonden in de Zweedse tijd. De stijl van de hoofden is barok, dus het zou zo maar kunnen. Maar bewijs is er niet voor.
De hoofden met snor dragen een leeuwenkop als helm, zoals Hercules uit de Griekse mythologie. Of ze moesten dienen als verwelkoming, afschrikking of iets anders is niet duidelijk.
In 2003 zijn in het kader van een Zweden festival vele replica's van de Zweedse hoofden gemaakt. Deze zijn op verschillende plekken in de stad terug te vinden.
Restaurant Alter Schwede aan het Marktplein heeft ook een Zweeds hoofd bij de deur. Maar deze stond er al voor de Tweede Wereldoorlog.
Dit gebouw stamt trouwens ook niet uit de Zweedse tijd, maar al uit het jaar 1380. Het is daarmee het oudste nog bestaande gebouw in Wismar.
Aan het enorm grote Marktplein staan nog veel meer gebouwen met mooie gevels. Eigenlijk is het Stadhuis uit 1819 in klassieke stijl nog één van de minst interessante gebouwen wat ons betreft.
Ook in de rest van de Altstadt van Wismar vind je mooie gevels in diverse kleuren. Na de Wende is er heel veel gerestaureerd, en dat maakt Wismar een hele plezierige stad.
In de Krämerstrasse en Lübsche Strasse zijn talrijke winkeltjes te vinden. En op de hoek van die twee staat een Karlstadt warenhuis in Jugendstil stijl. Hier begon Rudolf Karlstadt in 1881 zijn eerste winkeltje.
Goede restaurants zijn er ook genoeg in Wismar. Der Alter Schwede, natuurlijk, maar ook het Oekraïense restaurant aan de Bohrstrasse is een aanrader.
Midden in de Altstadt, halverwege de oude haven en het Marktplein, ligt dit eenvoudige maar zeer goede hotel. De gebouwen uit de 14e eeuw zijn in 2014 helemaal gerestaureerd zodat het een mix van oud en nieuw geworden is.
De kamers zijn niet erg ruim maar bevatten alles wat je nodig hebt. Daarbij is er een mooie lobby en business lounge waar je rustig kan relaxen of werken.
In het restaurant vind je een prima ontbijtbuffet, en er is een parkeerplaats tegen betaling.
De naam is een beetje onduidelijk, Vagabond Club of Townhouse, en wat doet Stadt Hamburg in de naam en op de gevel? Maar dat doet niets af aan de kwaliteit van dit hotel, want die is uitstekend.
Het hotel ligt aan het Marktplein, dus midden in de Altstadt. Het is modern en sfeervol ingericht, de kamers zijn ruim en er is een fitnessruimte en sauna.
Het restaurant serveert Oostenrijkse gerechten, maar ook visgerechten uit de Baltische zee. En er is betaalde parkeergelegenheid.
Dit is een soort jeugdherberg, maar dan anders. In de voormalige jeugdgevangenis zijn modern ingerichte cellen cq kamers, geschikt voor 2 tot 8 personen.
Het hotel ligt midden in de stad, naast de Marienkirche en het Fürstenhof. De receptie is open van 15 tot 17 uur, maar je kan ook via de automaten inchecken.
Het hotel biedt moderne faciliteiten en een persoonlijke sfeer. Ontmoet anderen in de foyer of het café, waar in de ochtend ook het ontbijtbuffet klaarstaat.
Wismar ligt op 420 kilometer van de Nederlandse grens in Twente, en 560 kilometer vanaf Utrecht. Je rijdt het beste over de A1 via Hamburg en Lübeck en dan de A20 naar Wismar.
Per trein doe je er vanaf Amsterdam of Utrecht ongeveer 9 uur over, en reis je het beste ook via Hamburg en Lübeck.
De Altstadt van Wismar is autoluw, maar je kan er na 19 uur wel gratis parkeren. Bovendien kan je ook op loopafstand van het centrum gratis parkeren bij de Weidendamm, waar bovendien ook enkele laadpalen staan.
De parkeerplaatsen bij de hotels in de stad zijn vrijwel altijd betaald.
Wij waren in Januari in Wismar, en dan kan het behoorlijk koud zijn hebben we gemerkt. Maar met een zonnetje erbij was het er goed toeven.
Beter is het om te gaan als de temperaturen wat beter zijn. Van April tot November is zijn die prima. En vanaf eind November kan je de gezellige kerstmarkt meepikken.
Als je haast hebt, dan kan je de meeste bezienswaardigheden in 2 dagen bezoeken. Maar in zo'n plezierige stad wil je gewoon langer verblijven. Ik zou zeggen zeker 3, maar iedere dag extra is een feestje.
Wismar is één van de Hanzesteden aan de Oostzee. Het wordt daarom vaak bezocht in een rondreis met Lübeck, Rostock en Stralsund. En dan Greifswald, of het eiland Rügen.
Wil je niet zover naar het Oosten, combineer Wismar dan met (het kasteel van) Schwerin, en keer dan via Salzwedel (aanrader) en de vakwerkroute in Nedersaksen terug naar de lage landen.